Menu

Documenten

Document R-1614-14-349-181r

Kennelijck zij eenen ijegelijcken dat voor ons schepenen ondergeschreven inne propre personen sijn gecomen ende gecompareert Hendrick soone wijlen Denijs Hendrick Wouterssoon ter eenre ende Cornelis soone wijlen Gijsbert Gerit Beijkens als man ende momboir Jenneken sijne huijsvrouwe dochtere wijlen Huijbert Peter Jan Adriaens ter andere zijde ende hebben van secker hiernaer beschreven erffenisse seckere erffmangelinge aengegaen in vuegen manieren hiernaer beschreven volgende,

Overmidts dewelcke soo sal de voirschreven Hendrick vande voirschreven Corneliss hebben houden ende erffelijck besitten: een stuck erffens tot saijlant ende weije aen malcandere liggende geheijten tzaijlant het ... ende de weije den Heijdries tsamen vijff lopensaet of daeromtrent begrijpende dit is de steegde hieraen liggende vande ... strate aff tot dat stuck erffenis ... gelegen dit stuck erffenis binnen de prochie van Tilborch ter plaetsche geheijten aende Hasselt aldaer tusschen erffenisse der kijndere Jan Hendricxssoon de Wael, de kijnderen Adriaen Aert Fiers ende Jan Huijbert Peeter Jan Adriaenssoon deen zijde, ende tusschen erffenisse de provisoren der taefelen der Heijligen Geest binnen Tilborch, de kijnderen Maes Jan Meussoon met meer andere dander zijde, streckende vande erffenisse der kijnderen Adriaen Aert Fiers voirschreven, totten erffenisse Adriaen Gerit Meussoon,

Waertegens de voirs. Cornelis sal hebben houden ende erffelijck besitten een stuck erffenisse geheijten den Roijenberch sess lopensaet of daeromtrent begrijpende gelegen binnen de prochie voirschreven ende plaetsche voirs. aldaer tuschen erffenisse Adriaen Willem Laureijssoon deen zijde ende oock deen eijnde ende tusschen erffenisse Cornelis Antonis Hermanssoon dander zijde, hodende metten andere eijnde aende erffenisse de weduwe metter kijnderen Jan Goijart Gerit Peeter Geritssoon alsoo zij seijde ende hebben parthijen deen tot des anders behoeff opde parchelen voirschreven volcomentlijk vertegen met overgeven ende affgaen in maniere daertoe behoirlijck ende gewoinlijck sijnde, gelovende op hen selve ende op alle henne goeden hebbende ende vercrijgende elck sijn parcheel te waren als men los ende vrij erffens schuldich is te waeren ende dit vertijen overgeven ende dese erffmangelingh altijt vast etc. ende alle commer etc. vuijtgenomen dat de voirschreven Hendrick over t parcheel hem midts desen aengecomen sal wegen de kijnder Adriaen Aert Fiers, de kijnderen Jan Hendricxssoon de Wael, Jan Huijbert Peeter Jan Adriaenssoon ende voirts allen den haer? die daerover recht van wegen hebbende sijn ende de voorschreven Cornelis dat hij hiertegens oock dese aengecomen sal wegen erffenisse Geridt Gheridenssoon Veramelvoirt ende Adriaen Willems Laureijssoon soo zij t recht van wegen aldaer over hebbende sijn, sonder argelist, dach et scabini ut supra ().



Facebook    Twitter    Google+    Zoeken    Mail

Website: De Hasselt voor 1832