Menu

Documenten

Document R-1629-14-353-170v

Kennelijck sij eenen jegelijcken dat voor ons schepenen ondergeschreven inne propre personen sijn gecomen ende gecompareert Jan ende Adriaen sone wijlen Jan Janssoon vande Loo die men noemt Herlaer als man ende momboir Marie sijnre huijsvrouwe broederen ende sustere kijnderen wijlen Jan Jacob Jan Sijmons daer moeder aff was Lijsbeth dochtere wijlen Adriaen Daniel Peter Hermanssoon voor hun selven ende Peter sone wijlen Jacob Jan Sijmonssoon voorschreven met Daniel sone wijlen Adriaen Daniel Peter Hermanssoon oock voorschreven sijnde metten heere geordonneerde momboir ende toesiender over Corstiaen ende Heijlwich onmondige kijnderen wijlen Jan ende Lijsbeth voorschreven voor de welcke sij instonden ende gelooffden mitsdesen, ende hebben bekent bekennende mits desen vanden erffelijcke goeden naer doode des voorschreven Jans ende Lijsbeth sijnre huijsvrouwe vervallen een erffdeijlinge aengegaen ende gemaeckt te hebben in vuegen ende manieren hiernaer beschreven volgende,

Overmits der welcker soo sullen die voorschreven Jan ende Heijlwich voor hunne portie hebben houden ende erffelijck besitten een schuer metten gronde ende erffenisse daer aen liggende ende daer toe behoorende vijffalff lopensaet oft daer omtrent begrijpende nochtans alsoo groot ende cleijn als tselve gelegen is binnen der prochie van Tilborch ter plaetschen geheijten aen het Creijven aldaer tusschen erffenisse Jan Gerit Peter Maes Sgenen met sijne kijnderen deen sijde ende tusschen erffenisse de voors. Adriaens ende Corstiaens hiertegens gedeijlt ende welcke den halven sloot beneffens erve Cornelis Cornelis Janssoon van Gorp toe moet hebben dander sijde, streckende vander erffenisse Peter Jacob Jan Sijmons totte Creijvensche strate,

Ende waertegens die voorschreven Adriaen ende Corstiaen voor hunne portie hebben houden ende erffelijck besitten een huijs hoff metten gronde ende erffenisse daer aen liggende ende daer toe behoorende vijffalff lopensaet oft daer omtrent begrijpende nochtans alsoo groot ende cleijn als tselve gelegen is binnen der prochie ende plaetsche voorschreven aldaer tusschen erffenisse des voorschreven Jans ende Heijlwich hiertegens gedeijlt deen sijde ende tusschen erffenisse Cornelis Cornelis Janssoon van Gorp met sijne kijnderen alwaer den halven sloot dit deel is toege... ende oversulx dit deel soo veel meerder moet wesen als tgene Jan ende Heijlwich is aengedeijlt dander sijde streckende vander erffenisse Peter Jacob Jan Sijmonssoon totte Creijvensche strate alsoo sij seijden ende hebben die voorschreven deijlluijden opde parten voors. deene tot des anders behoeve volcomentlijck vertegen met overgeven ende affgaen in manieren daertoe behoorlijck ende gewoonlijck sijnde gelovende die voorschreven Jan ende Adriaen onder tverbant van hunne personen ende goeden ende de momboir ende toesiender onder tverbant vande twee onmondige kijnderen goeden dit vertijen overgeven ende affgaen ende dese erffdeijlinge altijt vast ende stentich te houden ende inden name ende qualiteijt als voor te doen houden sonder ennich wederseggen ende allen commer ofte calangie daerop comende altemael aff te doen malcanderen ende sal de schuer voor soo veele die op het deel van Adriaenen ende Corstiaenen staende is daeraff geruijmt moeten worden tusschen dit ende halff aprille ierstcomende ende sullen Jan ende Heijlwich vuijt hunne gedeelte moeten betalen aen Daniel Joost Mutsaerts de somme van vijftich carolus guldens eens ende die voorschreven Adriaen ende Corstiaen sullen vuijt hunne gedeelte moeten betalen aen Joachim Janssoon Verschueren de somme van hondert carolus gulden noch aenden kijnderen Reijner Adriaen Jan Reijnen de somme van hondert ende vijftich carolus gulden eens ende daertoe alnoch derdalff oirt gewinchijns sjaerlijx aenden heere van Tilborch te betalen welcke commer elcker deser deijlluijden benoemt alsoo sullen affdroogen ende betalen dat deen voorden anderen daerdoore niet en sal worden beschadicht ende allen voordere commer daerop meer comende met recht sullen sij dien malcanderen helpen ... dwelck sij gelooft hebben onder tverbant alsvoor te volbrengen sonder argelist datum et scabinij ut supra (viii februarij 1629, Graeff et Brock).



Facebook    Twitter    Google+    Zoeken    Mail

Website: De Hasselt voor 1832