Menu

Akten Notarieel Archief Tilburg

Akte R-1753-115-86-124

Schiftingh, scheijdingh ende deijlinge tusschen Bartel Peter van Rijssel, Antonij Cornelis van den Brekel als in huwelijk hebbende Maria Peter van Rijssel en Jan Jansse de Beer als in huwelijk hebbende Jenneke Peter van Rijssel, met den anderen aangegaan ende gemaakt, van de nabeschreve erfgoederen haar condividenten aangekomen mits het overleijden van wijlen Peeter van Rijssel en Lucia Anthonij van Gils, hen condividenten ouders zaligers respective.

Overmits de welcke zoo is Bartel Peter van Rijssel, bij onderhantse lotinge ten deelen bevallen en zal alzoo voor zijne portie hebben, behouden ende erffelijck blijven poscideren,
Eerstelijck een parceel zoo lant als weijde groot twee en drie quart lopentzaten ofte daar ontrendt gelegen binnen deze Heerlijckheijd Tilborgh ter plaatsen de Hasselt, aldaar aan't Crijven, oost Thomas Verbunt, zuijd Jan de Beer, west de straat, en noordt Adriaan de Jongh, belast met drie stuijvers cijns s'jaars in twee differente roepen aan de conventuaale van Tongerloo,
Item een parceel ackerlant groot een lopenzaat ofte daar ontrendt, gelegen als voor, aldaar oost Mattijs Reijnen, zuijd denzelven, west Cornelis van den Broek, en noord de weduwe Loureijs Coolen, los en vrij, uijtgenomen wegen, steegen, schouwen, waterlaten, ende alle andere nabuurlijcke regten te onderhouden als van outs.

Overmits dewelcke zoo is Anthonij Cornelis van den Brekel no. ux. bij onderhantse lotinge ten deelen bevallen ende zal alzoo voor zijn portie hebben, behouden ende erffelijck blijven poscideren,
Een half huijs aan den noorden kant scheijdende op de graat van de schouw, tusschen deze ende wederhelfte van Matheus Aart Reijnen, met het turfschopje voor 't huis, ende hof en aangelag agter dezelve huijsinge, groot samen vier lopentsaten ofte daar ontrent, gestaan ende gelegen binnen deze Heerlijckheijdt Tilborgh ter plaatse aan't Craijven, aldaar oost Gerrit Moonen, zuijd Mattheus Aart Rijnen, met de wederhelft, west de straat, en noord den voornoemden Rijnen, belast met twee guldens twee stuijvers en agt penningen s'jaars aan den H: Geest armen alhier, Item met eenen gulden twee stuijvers en agt penningen s'jaars aan den Rentmeester C. de Cocq tot s'Bosch, Item met elf stuijvers min vier penningen Eckelschot cijns s'jaars betaalt wordende op den negende october alhier in Tilborgh in twee differente roepen,
Item een parceel ackerlant groot twee en een quartier lopenzaten ofte daar ontrent gelegen als voor aldaar oost de straat, zuijd de kinderen Adriaan Maas, west Mattheus Reijnen, en noord de kinderen Jacobus van Beurden, belast met ses gulden vijftien stuijvers s'jaars aan 't Groot Gasthuijs tot s'Bosch,
Item een parceel lant en weijde groot te samen een en drie quartier lopent zaadt ofte daar ontrent gelegen als voor aldaar oost Maria van Riel, zuijd de heer Johan de Jongh, west Maria van Riel, en noordt Johannes van Spaandonk, los en vrij, uijtgenomen dat dit parceeltje meede voor de voorschreve ses gulden 15 st aan't Groot Gasthuijs te s'Bosch verbonden is, voorts los en vrij, uijtgenomen wegen, steegen, schouwen, waterlaten, ende alle andere nabuurlijcke regten te onderhouden als van outs,

Overmits de welcke zoo is Jan Jansse de Beer no. ux.bij onderhantse lotinge ten dele bevallen, ende zal alzoo voor zijn portie hebben, behouden en erffelijck blijven poscideren,
Een parceel zoo acker als weijlant groot twee en drie quartier lopenzaten ofte daar ontrendt gelegen binnen dese Heerlijckheijd Tilborgh ter plaatse aan de Hasselt aldaar aan't Creijven, oost Thomas Verbunt, zuijd Adriaan de Jongh, west de straat, en noordt Bartholomeus van Rijssel, los en vrij,
Item een parceel weijde groot een lopent zaad ofte daar ontrent gelegen als voor aldaar oost de weduwe Adam van Riel, zuijd deselve, west juffrouw Soffaars, en noord de heer Jan de Jongh, los en vrij, uijtgenomen wegen, steegen, schouwen, waterlaten, ende alle andere nabuurlijcke regten te onderhouden als van outs,

Aldus bij ons ondergeteijkende Bartholomeus Peter van Rijssel, Anthonij Cornelis van den Brekel, en Jan Jansse de Beer bij onderhantse lotinge geschift gescheijden ende gedeelt, de successie ende naarlatenschap van onze respectieve ouders zaligers, invoegen ende maniere als voors. staat, verclaarende mits dien hier mede genoegen te nemen, en alle de voors. goederen te houden voor verdeijlt zonder iets verders uijt dien hoofden int gemeijne te houden, belovende dien volgens malkanderen om geen anderen schifting, scheijding, of deijling moeijlijck te vallen, nog oock gedogen dat zulks gedaan zal worden in regten nog daar buijten op eenigerleij maniere, nemende zij condividente alle de lopende lasten en pagten met dezen jaare 1753 een ieder tot laste van zijn aanbedeelde,
Cederende ende overgevende wij condividente den een den anderen tot elks aanbedeelde alle zulks regt, en actie als ons condividenten int gemeijn daar aan was competerende, ende dat niet alle de respectieve ... tot ieders aanbedeelde partije behorende, gelovende wijders malkanderen alle verhoolen commer, calangie, ofte aantalen, die op deze goederen anders dan voors. zoude mogen staan, malkanderen te zullen helpen afdoen tenemaal zonder arch of list.
En is weijders tusschen ons condividenten geconditioneert ende ondersprooken dat deze onze deijlinge ten comptoire van den notaris Cornelis Bles residerende te Tilborgh zal werden overgelegt, en aldaar blijven berusten om bij den gemelte notaris daar uijtgemaakt, ende gedepescheerdt te worden alle zulcke behoorlijcke copijen als ingevolgen de ordonantie van't zegel wordt gerequireert, waar toe wij hem authoriseren, en verzoeken bij dezen tot preciese naarkominge van allent geene voors. zoo verclaaren wij condividenten te verbinden onze perzoonen, ende goederen present en toekomende geene uijtgezondert stellen dezelve te bedwingen ende executie van allen 's Heeren, Hoven, regten, ende regten en wel speciaalijck de judicatuere van den Ed. mogende Raden van Brabant in s'Gravehagen, te vreede zijnde ons in den inhouden dezer vrijwillig te doen, en laten condemneren, daar toe onderroeplijck constituerende de twee eerste procureurs postulerende voor welgemelten Raden, den eenen omme den condemnatie te verzoeken en den anderen omme daar inne te consenteren, en voorts dezelve ter executie te stellen aan ende ten lasten van die genen die welcke zig hier jegens mogte willen partij maken.
Aldus gedaan binnen Tilborgh ter presentie en bijwezen van Anthonij Glaviman en Jacob Molengraeff als getuijgens van geloven hier toe verzogt en ten dezen neffens ons onderteijkenen.
Heden dezen drie en twintigsten jannuarij seventien hondert drie en vijftigh.



Zoeken in website: De Hasselt voor 1832